HET KYOTO COMPLOT: FEIT & FICTIE
Ophef en verwarring over de samenwerking c.q. vermenging leger/particulieren/bedrijfsleven bij oorlog in Irak



 
IN HET KYOTO COMPLOT...
In het laatste deel van Het Kyoto-complot peinst ‘Bush’ over de vermenging tussen leger en bedrijfsleven in oorlogstijd (en het feit dat de samenleving daar geen of althans te weinig oog voor heeft). Hierbij worden gegevens genoemd over de verhouding tussen (inzet van) militairen en particulieren, alsmede een publieke verzuchting van een Koreaanse soldaat én betrokkenheid van particulier ingehuurde ondervragingsexperts in de Abu Ghraib gevangenis
 
DE FEITEN
(1) In de eerste Golfoorlog vocht er één medewerker van particuliere veiligheidsbedrijven op de honderd soldaten, in Irak was het al een op tien. Particuliere veiligheidsbedrijven als Dyncorp, MPRI, Vinnell en Blackwater verdienden geld als water. ‘The coalition of the willing’, zei een journalist onlangs, ‘zou beter the coalition of the billing kunnen heten’.
(2) Bij de martelingen en vernederingen van gevangenen in de Abu Ghraib gevangenis in Bagdad, bijvoorbeeld, waren ook particulier ingehuurde ondervragingsexperts betrokken. Na het bekend worden van het schandaal werden deze experts, in feite gewone burgers die niet onderworpen waren aan militair recht, onmiddellijk Irak uitgevlogen.
(3) Zuid-Korea had, na de Verenigde Staten en Groot-Brittanië, de meeste militairen in Irak. Koreaanse bedrijven als Daewoo en Hyundai Engineering and Construction hadden flink wat bouwprojecten toebedeeld gekregen. Hun werknemers werden door de Zuid-Koreaanse soldaten beschermd. Die soldaten snapten er geen jota van. Eén van de soldaten heeft hierover bij de Koreaanse krant Hankyoreh geklaagd. Letterlijk en zeer schokkend citaat: ‘Ik weet niet precies wie mijn werkgever is. Zuid-Korea? Amerika? Een bouw- of oliebedrijf? Ik weet het niet zeker.