Het memo, zoals dat in Het Kyoto Complot beschreven wordt, heeft echt (en letterlijk) in The New York Times gestaan. Ook de opeenvolging van ‘werk in olie-industrie’, ‘functie in Witte Huis’, ‘werk in olie-industrie’ berust op ware feiten. In Het Kyoto-complot is echter een andere naam gebruikt. In werkelijkheid betrof dit ene Phillip Cooney, die zes jaar, bij het American Petroleum Intitute, leiding had gegeven aan (in de woorden van al Gore) “de campagne van olie- en steenkoolbedrijven om heet Amerikaanse volk over dit onderwerp (klimaatverandering) in verwarring te brengen. Meteen volgend op deze functie kreeg Cooney van president Bush de bevoegdheid om de officiële inschattingen over klimaatverandering, afkomstig van het Environmental Protection agency en andere overheidsdiensten te redigeren en censureren. In 2005 publiceerde The New York Times het betreffende memo; in reactie daarop werd Cooney – door het ernstig in verlegenheid gebrachte Witte Huis ontslagen; de volgende dag ging hij aan de slag voor Exxon Mobil.
NB: Hoewel dit dus in overeenstemming met de feiten is, is de context waarbinnen dit gebeurt (het ‘rookgordijn’ in het boek) niet noodzakelijkerwijs conform de fictie van het Kyoto-Complot.
