HET KYOTO COMPLOT: FEIT & FICTIE
Het uitgelekte memo van het Milieudepartement van het Witte Huis (in de New York Times)



 
IN HET KYOTO COMPLOT...
In hoofdstuk 17 en 18 wordt beschreven dat een Witte Huis-memo in de New York Times wordt gepubliceerd waarin zichtbaar is hoe ene uit de olie-industrie afkomstige ‘David Lonne’ formele concept-teksten over het klimaatbeleid redigeert en hoe deze een dag na ontslag door Bush weer bij de olie-industrie in dienst is.
 
DE FEITEN

Het memo, zoals dat in Het Kyoto Complot beschreven wordt, heeft echt (en letterlijk) in The New York Times gestaan. Ook de opeenvolging van ‘werk in olie-industrie’, ‘functie in Witte Huis’, ‘werk in olie-industrie’ berust op ware feiten. In Het Kyoto-complot is echter een andere naam gebruikt. In werkelijkheid betrof dit ene Phillip Cooney, die zes jaar, bij het American Petroleum Intitute, leiding had gegeven aan (in de woorden van al Gore) “de campagne van olie- en steenkoolbedrijven om heet Amerikaanse volk over dit onderwerp (klimaatverandering) in verwarring te brengen. Meteen volgend op deze functie kreeg Cooney van president Bush de bevoegdheid om de officiële inschattingen over klimaatverandering, afkomstig van het Environmental Protection agency en andere overheidsdiensten te redigeren en censureren. In 2005 publiceerde The New York Times het betreffende memo; in reactie daarop werd Cooney – door het ernstig in verlegenheid gebrachte Witte Huis ontslagen; de volgende dag ging hij aan de slag voor Exxon Mobil.

NB: Hoewel dit dus in overeenstemming met de feiten is, is de context waarbinnen dit gebeurt (het ‘rookgordijn’ in het boek) niet noodzakelijkerwijs conform de fictie van het Kyoto-Complot.

Onderstaand een deel van de geredigeerde tekst, zoals gepubliceerd door The New York Times, 2005, met in rode pen de doorhalingen en toelichting in de kantlijn van Phillip Cooney.